Instincten en communicatie

Ik wil de roedelleider zijn. Hoe moet ik dat aanpakken?

Zelfs de kleinste hond kan de roedelleider van een gezin worden omdat mensen nu eenmaal zo gemakkelijk plat te krijgen zijn. Wees dus ongehoorzaam. Mensen hebben vaak de eerste pogingen van hun hond om roedelleider te worden niet eens in de gaten. Ze vinden het wel grappig als een puppy tegen mensen gromt. Ze besteden er weinig aandacht aan als hij voor het eerst het bevel “Hier!” in de wind slaat en rustig doorgaat met wat hij aan het doen was. Ook geven ze hem soms zelfs iets anders te eten wanneer hij het hem voorgezette versmaadt.

Roedelleiderschap kan worden verworven zonder het tonen van veel agressie. Kleine hondjes bijvoorbeeld kunnen net zo lang zaniken tot ze worden opgepakt en vaak kunnen ze ongestoord op het meubilair springen of zelfs onder de dekens van mensenbedden kruipen. Door dit soort activiteiten consequent vol te houden worden zij uiteindelijk degenen die de dienst uitmaken. Omdat ze zo klein en teer lijken wekken ze de indruk heel volgzaam te zijn, maar hun tactiek is zo succesvol dat sommige mensen hun levensgewoonten ingrijpend wijzigen, hondesitters inschakelen als ze eens een avondje weg moeten of hun jaarlijkse vakantie opgeven zodat hun hondje niet in een kennel hoeft.

Als groepsdier voelt elke hond zich het lekkerst als hij precies weet wat zijn positie in de pikorde van de troep is. Hoewel geslacht, afmetingen en soort belangrijke factoren zijn, heeft in principe iedere hond de mogelijkheid roedelleider te worden. Mensen zijn vaak wel geneigd om hun leidinggevende positie te verdedigen tegen duidelijke uitdagers als de Ierse wolfshond of een gespierde dobermann-reu, maar ze verliezen hun waakzaamheid ten opzichte van minder opvallende kandidaten voor het leiderschap.

Waarom heb ik toch die grote aandrang om mijzelf rond te rollen over dode vissen, uitwerpselen en …?

Veel mensen stellen het op prijs hun lichaamsgeur aan te vullen met kunstmatige geuren; honden vinden dat ook leuk.

Honden worden aangetrokken door bepaalde geuren, en zij hebben vaak een grote voorkeur voor de geur van ontbindend organisch materiaal zoals beschimmelde bladeren, rotte vis en mest.

 Het aanbrengen van zo?n hondeparfum wordt gewoonlijk op rituele wijze gedaan. Als een hond alleen maar wil spelen werpt hij zich achteloos op de rug, soms via een fraaie salto, en kronkelt heen en weer onder het trappelen met de poten. Dan komt hij weer overeind en doet gewoon weer verder.

Bij het aanbrengen van zijn parfum gaat de hond veel nauwkeuriger te werk. Eerst besnuft hij de gekozen geur uitvoerig. Dan wordt met grote aandacht, net als bij mensen die een druppeltje parfum achter het ene en vervolgens achter het andere oor aanbrengen, eerst de ene en dan de andere schouder over het geurige voorwerp gewreven. In dit stadium onthoudt de hond zich nog vaak van rollen. In plaats daarvan inhaleert hij het aroma opnieuw, is er kennelijk tevreden over en gaat er nogmaals met de schouders doorheen en dan volgt gewoonlijk een volledige rugrol.

Dit is een slimme zet voor een dier dat in het wild prooien moet besluipen en doden om zelf in leven te kunnen blijven. Wanneer hij zijn eigen geur weet te maskeren en zijn prooi benadert van de bovenwindse kant, dan zal deze zich vermoedelijk niet uit de voeten maken omdat hij denkt dat er een onschuldige dooie vis aankomt in plaats van een hongerige en gevaarlijke hond.

Waarom beheers ik soms mijn blaas niet als het baasje thuiskomt?

Honden die hun blaas ledigen bij het begroeten van mensen, hebben een lage dunk van zichzelf. Om ermee op te houden dienen zij hun zelfvertrouwen te vergroten.

Mensen moeten altijd bovenaan staan in de hiërarchie van de hondengroep. Alle honden moeten onderdanigheid betuigen als hun mensen thuiskomen, maar een vriendelijk kwispelen met de staart is daartoe voldoende.

Uitgebreider tekenen van onderworpenheid zoals janken, kruipen, op de rug rollen of, erger nog, op de rug rollen en plassen, zijn overbodig.

In hun onwetendheid bevestigen mensen vaak hun leiderschap door van hun grote hoogte neer te buigen en de hond een vriendelijk klopje op de bol te geven. Overkomt dit een onzekere hond, dan zal deze zichzelf benatten. Om het probleem te voorkomen dienen mensen het te snel aanraken van een onzekere hond vermijden; bij het betreden van de woning moeten zij zelfs geen oogcontact maken. Na een minuut of wat kunnen ze bukken of hurken om hun lengte wat minder imponerend te maken, en dan kunnen ze (nog steeds oogcontact vermijdend!) een opwaarts gekeerde handpalm uitsteken en de beslissing tot toenadering aan de hond overlaten. Komt de hond dichterbij dan kriebelt de mens haar onder de kin, maar kijkt haar nog niet aan en spreekt evenmin.

Volkomen natuurlijke mensenbegroetingen zoals oogcontact een een hartelijk ‘Hallo!’ komen op een hond over als dominerend gedrag. Als mensen dit gedrag vermijden kan de onzekere hond enig zelfvertrouwen verwerven. Als dit gebeurt zal zij zeker de beheersing over haar blaas hervinden.

Waarom blaf ik tot vervelends toe als vreemden het huis naderen?

Iedere verstandige hond rekent zichzelf tot de roedel en aanziet zijn huis als het belangrijkste deel van het territorium van de roedel.

Hoewel de rol van roedelleider altijd bij de mensen hoort te liggen zijn alle leden van de roedel medeverantwoordelijk voor het waarschuwen van de anderen voor een dreigende invasie.

De beste manier om de anderen te waarschuwen is dus luid blaffen.

Duizenden jaren hebben mensen selectief honden gefokt om hun eigendommen te bewaken en daarmee van de verhoudingsgewijs stille wolf een blaffende huishond gemaakt.

Omdat een hond ongeveer viermaal zo scherp hoort als een mens is hij dus een uitstekende bewaker. En nu, na opzettelijk te hebben gefokt op het vermogen tot waarschuwend blaffen, hebben de mensen uiteindelijk besloten dat ze deze eigenschap eigenlijk niet wensen in hun honden.

Sommige rassen blaffen meer dan andere. Over het algemeen zijn kleine honden overtuigde blaffers; grotere honden daarentegen, in het bijzonder jachthonden, zijn een stuk rustiger.

‘Ontblaffen’ is een operatie waarbij gaatjes worden gemaakt in de stembanden van de hond.

Behalve in Japan, waar blaffen als een soort hondenmisdaad wordt gezien, zijn slechts zeer weinig dierenartsen bereid deze operatie uit te voeren.

In plaats daarvan proberen ze uit te vinden waarom de hond zo veel blaft, om hem vervolgens opnieuw op te voeden. Als dit onmogelijk blijkt dan kunnen ze een uit Frankrijk afkomstige methode toepassen waarbij de hond een speciale halsband draagt waaraan zich een houdertje met citronella bevindt. Als de hond blaft wordt een microchip in de halsband geactiveerd, waardoor een wolk van citroengeur de blaffer omhult. Dit onschadelijke aroma leidt de hond ogenblikkelijk af. In vrij korte tijd leren de meeste honden met een dergelijke halsband het blaffen af.

Kan ik ook glimlachen zoals de mensen?

Van nature glimlachen honden niet, althans niet van plezier of tevredenheid.

Dit is voorbehouden aan de primaten. Chimpansees glimlachen, en orang-oetangs. Deze primaten kussen elkaar ook net als mensen op de lippen, hetgeen verwant is met een tevreden glimlach.

Hoewel honden elkaars lippen en zelfs die van mensen likken, is dit een geheel andere zaak.

Liplikken is geen teken van vriendschap, maar in een niet-seksueel contact duidt het op onderdanigheid.

Het terugtrekken van de lippen in wat mensen een glimlach zouden noemen is een teken van onderwerping.

Een bezoek aan de dierenarts bijvoorbeeld; voor de meeste honden echt niet om te lachen; brengt menige hond ertoe de lippen terug te trekken, maar gelijktijdig kruipen ze bibberend weg achter de benen van hun mensen.

Sommige honden glimlachen als ze zich prettig voelen; dat hebben ze geleerd door hun mensen na te doen.

In principe kan iedere hond dat leren, maar terriërs schijnen de beste leerlingen te zijn. Ze moeten reeds als puppy’s beginnen door het glimlachen van hun mensen gade te slaan. In plaats van de lippen terug te trekken in een op een glimlach lijkende grijns, tilt een glimlach-imitator de bovenlip op en toont zijn tanden. Normaliter is dit tonen van de wapens een teken van agressie, maar wanneer het wordt bedoeld als glimlach worden de lippen gelijktijdig teruggetrokken.

Ongelukkigerwijs zijn honden er niet echt op gebouwd om te glimlachen, dus als ze de bovenlip optrekken rimpelt de neus, wat vrijwel altijd niezen tot gevolg heeft. Agressief vertoon van wapens gaat gepaard met grommen; het glimlachend vertoon gaat gepaard met een kwispelende staart en een dom klinkend geknor en genies.

Ik beweeg veel in mijn slaap en durf ook te huilen en te janken, is dit normaal?

 Hondedromen zijn levendiger dan die van de meeste mensen.

Honden rusten vaak overdag, en vallen geregeld in een lichte slaap waaruit ze onmiddellijk ontwaken zodra een zintuig wordt gestimuleerd.

Verveelde honden slapen overdag wat dieper en ondervinden daarbij, net als ‘s nachts, perioden waarin zij dromen. Als leden van een groep coördineren honden hun activiteiten met die van de mensen. Aangezien mensen een geprolongeerde nachtrust op prijs stellen houden de meeste honden hetzelfde patroon aan, maar als het aan henzelf lag zouden ze de voorkeur geven aan opstaan bij het krieken van het allereerste morgenlicht

Als honden wegzinken van lichte slaap naar de diepere regionen, beginnen hun ogen onder de gesloten oogleden te bewegen. Hetzelfde gebeurt bij mensen. Zowel bij mensen als honden vinden elektrische veranderingen in het brein plaats, maar terwijl mensen over het algemeen rustig dromen gaat het er bij honden iets wilder aan toe.

Eerst beginnen hun snorharen te trillen, dan gaan hun lippen bewegen, en soms maken de kaken kauwbewegingen en likt de tong de lippen. Gelijktijdig trekken de pootspieren zich samen en ontspannen zich weer: de hond maakt het soort gestileerde loopbewegingen die wij kennen van de Disney-films met Pluto. Sommige honden piepen of janken daarbij. Menselijke droomperioden duren zo’n twintig minuten, maar die van honden zijn veel korter: het konijn wordt al dan niet gevangen. Vervolgens gaat het slaappatroon terug naar de lichte slaap, maar gedurende de nacht zal de hond opnieuw enkele malen dromen.

Moet ik mijn poot optillen bij het plassen als reu?

De enige reden tot bezorgdheid voor een reu die bij het plassen zijn poot niet optilt is dat hij zichzelf nat maakt.

Het optillen van de poot wordt gestimuleerd door geur, door hormonen en door het zien en nadoen.

Als een jong teefje wordt opgevoed in een omgeving met uitsluitend mannelijke honden en ze dus ook uitsluitend mannelijk urine ruikt, zal ze waarschijnlijk leren bij het plassen haar poot een beetje op te tillen, hoewel bij haar de anatomische noodzaak geheel ontbreekt.

Als ze voor het bereiken van de puberteit wordt gesteriliseerd, zal de eenmaal ontwikkelde gewoonte blijven bestaan.

Honden tillen bij het plassen de poot op om te zorgen dat het urinegeurmerk op neushoogte van andere honden terechtkomt Deze geurvlaggen worden door het hele territorium geplaatst om rivalen erop te wijzen wie hier de baas is.

Alle puppy’s beginnen hun plasleven door te hurken, hoewel sommige mannelijke puppy’s daarbij soms al een pootje optillen. Dit komt doordat ze in hun lichaam al wat mannelijk testosteronhormoon hebben, mogelijkerwijs reeds voor de geboorte geproduceerd. Dit hormoon heeft hun brein mannelijk gemaakt.

Een ander resultaat van deze mannelijkheid kan zijn dat deze puppy’s, ook al zijn ze pas een paar weken oud, andere puppy’s hoopvol beklimmen; hoewel ze nog maanden van de puberteit zijn verwijderd. Het andere uiterste is de jeugdige reu die, ook na het bereiken der puberteit, onbekommerd blijft hurken tijdens het plassen. Zulke dieren hebben normale mannelijke hormoonspiegels, ze hebben levensvatbaar sperma en zijn net zo vruchtbaar als andere mannetjes, maar ze doen er langer over om te leren de poot op te tillen; en sommige leren het nooit. Het kan helemaal geen kwaad, maar een hond die de truc alsnog wil leren moet het gezelschap zoeken van andere mannetjes die het hem voordoen.

Waarom snuffel ik aan bomen, uitwerpselen van andere honden en tussen de benen van mensen?

Het ‘lezen’ van geuren is hetzelfde als het lezen van kranten, alleen beter. Geuren geven het nieuws van de dag door.

Door de afscheidingsprodukten van een ander hondelichaam te besnuffelen, kan een hondachtige het geslacht bepalen van de hond die het produkt achterliet, hoe lang geleden de betrokkene aanwezig was, als hij een reu is hoe ‘stoer’  hij is, en als het een teefje betreft of zij op het punt staat loops te worden of het al is.

Een geoefende snuffelaar kan zelfs de gemoedstoestand van de geurproducent aardig inschatten.

Nadat een hond zijn darmen heeft geleegd voorziet hij het produkt van twee druppels uit zijn anaalklieren, geurklieren ter weerszijden van de anus.

De afscheiding van deze klieren bevat tientallen verschillend geurende chemicaliën, die waarschijnlijk alle een specifieke boodschap overbrengen aan de snuffelaar.

De zuivere urine van een hond heeft weinig geur, maar hormonen geven er duidelijke aroma’s aan en verschaffen een schat aan informatie over de seksuele en emotionele toestand van de plasser.

Deze geuren worden niet in de neus waargenomen, maar in een speciaal orgaan dat mensen niet hebben: het vomeronasaal orgaan.

Ze onderzoeken nieuwe mensen door de geuren van hun kruis met dit orgaan te ruiken. Merkwaardig genoeg besnuffelen honden alleen de kruizen van onbekende mensen; bij mensen die ze kennen worden de armen en benen besnuffeld, waarvan elk zijn eigen geurinformatie overbrengt.

Mensen kunnen moeilijk begrijpen hoe geweldig goed honden kunnen communiceren met behulp van geuren, domweg omdat de arme mens zelf erg primitief is uitgerust op dit gebied.

Waarom begin ik de grond te krabben na het ledigen van mijn blaas of mijn darmen?

Honden hoeven dit gedrag niet aan te leren: het gaat instinctief.

Een enkele hond echter heeft wat moeite met z’n instincten en kan het hygiënisch krabben vervolgens leren door het van andere honden af te kijken.

In hun prille jeugd hebben puppy’s het vermogen om te leren door het gedrag van andere honden gade te slaan en dit vervolgens na te doen, maar naarmate ze ouder worden gaat dit vermogen gewoonlijk verloren.

Lichamelijke afvalprodukten zijn bij uitstek geschikt om territoria te markeren, dus in plaats van ze willekeurig te deponeren gebruiken honden ze om boodschappen over te brengen. De uitwerpselen zelf zijn niet zo opvallend, en daarom benadrukt de producent hun aanwezigheid door er een bergje zand naast of zelfs op te krabben. Dit dient een tweetal doeleinden: het maakt de plek meer opvallend, en het maakt geuren uit de grond los die door een andere hond kunnen worden opgepikt. Als deze opgewonden begint te snuffelen zal hij makkelijk ook de faeces of de urine opmerken.

Een reu is eerder geneigd om rond zijn uitwerpselen met aarde te gaan klungelen dan teefjes, om de doodeenvoudige reden dat de reu een grotere behoefte heeft aan het markeren van een territorium.

Teefjes gaan het wat meer doen nadat ze zijn gesteriliseerd.

Krabben moet niet worden verward met graven, want de achterpoten krabben zonder veel orde en regelmaat willekeurig achterwaarts, terwijl voor graven de voorpoten met grote aandacht en concentratie worden gebruikt.

Waarom graaf ik zoveel gaten in de grond en laat ik ze dan gewoon achter?

Graven is lichamelijk en geestelijk heel stimulerend.

Het aanleggen van dit soort dagbouwmijnen is een gedrag dat bij heel veel honden voorkomt, doch nergens toe leidt.

Ze doen het vanwege een instinctieve drang die lang geleden een nuttig doel heeft gediend.

Hoewel wolven zich hoofdzakelijk voeden met grote herbivoren zoals herten, nuttigen ze daarnaast een verrassende hoeveelheid argeloos rondwandelende kleine knaagdieren, die ze met een bijna katachtige sprong overrompelen. Wanneer het knaagdier echter veilig in z?n holletje zit heeft de wolf, in tegenstelling tot de kat, niet het geduld om kalm te zitten wachten tot de maaltijd nietsvermoedend naar buiten komt; in plaats daarvan begint hij met zijn voorpoten verwoed te graven om de prooi te bemachtigen. Dit is een van de redenen waarom honden gaten graven en er verder niets mee doen.

Omdat in het wild soms een overdaad aan voedsel voorkomt en soms een grote schaarste, verbergen wolven wel het voedsel dat ze niet direct nodig hebben. Als de buik gevuld is graaft de wolf een gat en begraaft daarin delen van zijn prooi voor toekomstige consumptie. Zoals bekend doen honden dit ook met botten, maar tegenwoordig krijgen nog maar weinig honden een echt bot om op te kauwen. De aandrang om voedsel te verbergen blijft echter bestaan, dus een hond-met-volle-maag zal geneigd zijn een gat te graven. Maar aangezien hij niets heeft om erin te stoppen laat hij de gedolven kuil gewoon achter.

Honden graven ook wel uit verveling of om te ontsnappen, wat als puntje bij paaltje komt ook een zoeken naar zintuiglijke stimulatie is. Behalve dat het de spieren oefent, produceert graven ook een heel scala aan uit de grond opstijgende geuren, die veelal organisch zijn en de hond bijzonder smakelijk voorkomen. Wormen, kevers, rottend materiaal, vocht  en dit alles is een streling voor het nieuwsgierige reukzintuig van de hond en zijn verwanten.

Mijn mensen vinden mij maar primitief en willen me buiten het huis sluiten omdat ze een baby krijgen. Is dat nou wel eerlijk tegenover mij?

Als er al een hond in huis woont is het meestal volkomen onnodig en het werkt mogelijk zelfs averechts om hem naar de schuur of de garage te verwijzen zodra een baby zijn intrede doet.

Net als in alle verhoudingen wordt de reactie van een hond op een baby bepaald door zijn hiërarchische plaats in de groep.

Honden houden niet van veranderingen. Zij voelen zich het zekerst wanneer het leven boordevol vertrouwde routine zit. Nieuwgeboren mensenbaby’s verstoren deze routine, dus de mensen moeten ervoor zorgen dat het hele gebeuren geleidelijk plaatsvindt- zolang ze er nog de energie voor hebben!

Als een hond eerst als een plaatsvervangend kind behandeld is, steeds veel aandacht en affectie heeft gekregen, er veel met hem is gespeeld en gepraat, en er frequent geaai en geknuffel heeft plaatsgevonden, moeten al deze verwennerijen heel geleidelijk worden verminderd. In plaats van de hond te laten uitmaken wanneer het tijd is voor voedsel, lichaamsoefening of aanhankelijkheidsbetuigingen, moeten de mensen hiervoor de tijden vaststellen. Als de hond moet leren op een andere plaats te slapen is nu het geschikte moment om hem daaraan te laten wennen. Dit alles draagt ertoe bij het superioriteitsgevoel van de hond te verminderen.

Als de baby er eenmaal is, kan men de hond ‘belonen’ door hem alle nieuwe luchtjes te laten ruiken. Op dit punt moeten geen andere routines worden veranderd. Zolang de hond de aandacht blijft ontvangen die hij verdient, ondervindt hij hooguit een licht gevoel van rivaliteit. Na enige maanden, als hij ontdekt dat mensenbaby’s niet zo netjes zijn met hun voedsel als hondenpuppy’s en dat zij het niet alleen laten vallen maar het zelfs opzettelijk op de vloer gooien, zal de hond de nieuwe huisgenoot zelfs hartelijk gaan waarderen.

Als ik een ander huis bezoek vind ik het prettig de muren met urine te besproeien, vooral als ik een andere hond ruik. Is dit abnormaal?

Nee. Net als een hond geurvlaggen uitzet tegen bomen en struiken doet hij dat ook tegen muren, gordijnen en tafelpoten.

Het is zelfs niet ongewoon voor een hond om bij een bezoek aan de dierenarts diep adem te halen en een ferm geurmerk te sproeien tegen de broekspijpen van de arme dokter.

Mensen gedragen zich slechts zelden op deze wijze, en vinden over het algemeen deze hondse vorm van communicatie smerig. Technisch gesproken is dit gedrag typisch voor de hond, dus er is geen enkele reden om de hulp van een psychiater in te roepen. Maar goede raad blijft natuurlijk welkom.

Honden moeten leren dat het uitzetten van territoriale geurvlaggen buitenshuis is toegestaan, maar streng verboden binnen de muren van hun eigen of andermans woning. De trainer dient zijn hond te belonen wanneer hij een vreemd huis betreedt en zich daar overeenkomstig mensenwensen gedraagt, en hem te straffen wanneer hij hondse gewoontes openbaart. De straf moet eerder psychologisch dan fysiek zijn. Theatrale acties zoals het plotseling verheffen van de stem, het gebruik van waterpistolen, luidruchtige instrumenten en perfect gemikte kleine voorwerpen kunnen niet zelden het plaatsen van de geurvlag voorkomen, maar wanneer deze middelen falen dient de hond ogenblikkelijk van de plaats des onheils te worden verwijderd en voor een symbolische minuut te worden geïsoleerd. Deze vorm van straf werkt meestal, maar wanneer ook dit faalt kan altijd nog worden ingegrepen in de testosteron-hormoonspiegel zelf. Men kan dit doen door de hond oraal of door middel van injecties anti-mannelijke of vrouwelijke hormonen toe te dienen, of simpelweg door castratie.

Waarom krijg ik soms die vreemde drang om mensen in hun enkels te bijten als ze op het punt staan de kamer te verlaten?

Dit is een wonderlijk aangeleerd gedrag dat een eenvoudige maar effectieve manifestatie vormt van de behoefte om baashond te zijn.

Wanneer mensen bijeen zijn in gezelschap van zo’n potentiële enkelbijter, achten ze het dier gewoonlijk een niet-stemhebbende deelnemer aan de vergadering, maar de hond denkt daar anders over.

Hij vindt zichzelf de voorzitter. Hij vindt het prettig zichzelf te beschouwen als het centrale punt van elke activiteit, en gaat ervan uit dat de mensen bijeengekomen zijn voor zijn genoegen. Hij gedraagt zich uitstekend, begroet eenieder op sociale wijze, wisselt met de bezoekers van gedachten over het weer, vraagt naar de kinderen en is ook verder een toonbeeld van belangstelling en aanhaligheid: hij nodigt mensen daadwerkelijk uit om hem te aaien en toe te spreken. De volmaakte gastheer.

Maar zodra de gasten vertrekken ondergaat de hond een plotselinge persoonlijkheids-verandering. Hij heeft het gezelschap zeer gewaardeerd en wil niet dat het vertrekt; hetgeen de mensen desondanks zonder zijn toestemming willen doen. Derhalve bijt hij in enkels. Deze procedure is heel zinvol en effectief: bijt in een vertrekkende enkel en je wordt niet alleen prompt het middelpunt van alle aandacht, maar je bevestigt bovendien je eigen autoriteit en verhindert dat je gasten vertrekken.

En omdat het werkt doet de hond bij het eerstvolgende menselijke bezoek precies hetzelfde.

Mensen kunnen deze vorm van hondendominantie voorkomen door de hond in het geheel niet tot het gezelschap toe te laten of, wat eigenlijk nog eenvoudiger is, hemzelf enige tijd voor het vertrek van de gasten eruit te zetten.